Terri’s wiki (van nul tot nu)

A
aap = kokosbrood
achtermuts = capuchon
afdunnen = afvallen
afstellen = bestellen
annemeniek = tante annemiek
apieka = paprika
appieteek = apotheek

B
bakienie = bikini
balloosje = horloge
brokje = dropje
bungy = buggy

D
dies = dicht
dikke armen/benen met kraaltjes = als één van de ledematen ‘slaapt’
dinosaudors = dinosaurus
doef/doeffie = beer met de trui
doeffies = verzamelnaam voor de vier belangrijkste knuffels
dopjes/reepjes = schoenzolenprofiel

E
emsemems = m&m’s
engels = engelen (kerst)

F
fama = pyjama
feedee = cd/dvd
flaaien = zwaaien
flee = twee
fop = mop (grap)

G
gewonden = gewonnen

H
harden = harten/hartjes
hommer = honger
hop = paard
hukkeschoenen = schoenen met een hak

I
ibideem = diadeem
indiejaal = liniaal
inzamelen = bezuinigen

J
Joses = Jozef (kerst)

K
kalenda = agenda/kalender
kanamelsnoepje = kaneelsnoepje
kapiertjes = papiertjes
karpoer = parcours
katatjes = patatjes
kiebie = kiwi
kippiesbal = skippybal
klampoen = klamboe
klapwanden = handschoenen/wanten
klapwantjes = handschoenen/wanten
klemding = nietmachine
klijpers = wasknijpers
koffertjes = poffertjes
kokuter = computer
kollieballen = volleyballen
komtetten = kwartetten
kraaltjes = het tintelende gevoel van een ‘slapende’ arm of been
kroep kroep = kroepoek
kroketballen = bitterballen

L
limpeltje = labeltje (in kleding)
luirer = luier

M
maggeneetjes = magneten
mamaworst = gekookte Gelderse worst
mammeer = meneer
memede = beneden
messgiem =misschien

N
nadoen = voordoen
nits = niks/niets

O
opgepeet = opeten/opgegeten
opmeteren = opmeten
opnummeren = telefoonnummer intoetsen

P
paddom = pardon
panstoel = paddenstoel
pappen = billen van papa
plama = pyjama
plas-wc = toilet
plat ei = gebakken ei
platte poep = diarree
poppers = poppen
prikkels = peper/pittig eten

R
reepjes = plooien in kleding
reepjes/dopjes = schoenzolenprofiel
rim = riem
rode spinazie = bietjes

S
schuifknoop = oog-haaksluiting
sgordel = autogordel
sjemme = zwemmen
slaaien = zwaaien
slartet = kwartet
slartjes = smarties
sleejkaas = smeerkaas
slieber= swieber (de vos, Dora)
sloepjes = snoepjes
snooboddies = sneeuwschoenen
snurruf= smurf
sosantje = croissantje
spinaat = spinazie
stats = straks
stekeltjes = koolzuur
stoepstemmel = soepstengel
stummementthee = sterrenmuntthee
sturrementhee = sterrenmuntthee

T
tap = sap
tee = twee
tep = kip
tete = terri
timmer = hamer
tindin – pinquin
toepetemmel = soepstengel
toetoe = toetje
tolletje = water dat in afvoerputje verdwijnt
tommetje = tongetje

U
uitgummelen = uitgummen
uitlubberen = na douchen in blootje rondrennen om crème in te laten trekken of om op te drogen
uitnodigen = aanmoedigen
uitversieren = versiering weghalen

V
veedee = cd/dvd

W
watersap = siroop
weesbeesjesstoel = lieveheersbeestjesstoel
woeste rat = woestijnrat
wol = wil(len)
wolpen = helpen
woude(n) =  verleden tijd van wil(len)

Z
zwiep = zweep